maandag 6 juli 2009

PRAATJE IN DE KROEG



























De tweede bijeenkomst werd vrijdagmiddag 3 juli vanaf 15.00 uur gehouden in Café Luxembourg aan het Spui in Amsterdam.
Vijf deelnemers leek mij een prima aantal.
Henze Pegman, Dirk Helsloot, Wilma Walhout, Stef van den Eijnden en Gerard Davelaar waren aanwezig.
Wilma was een 'mystery guest', de anderen wisten niet dat ze uitgenodigd was.
Rond kwart over drie waren de vier heren aanwezig en al spoedig in geanimeerde gesprekken gewikkeld.
Zelfs aan de naastgelegen tafel werden de oren gespitst.
Vrijwel direct was er een zekere vertrouwdheid, het is mij al vaker opgevallen dat, wanneer de juiste toon getroffen wordt, de jaren ongemerkt wegvallen, en iedereen is zoals hij altijd al was.
We vonden dat de absolute leeftijdstheorie van Harry Mulisch (de leeftijd die iemand altijd bezit, ongeacht zijn werkelijke leeftijd, Mulisch zegt dat zijn leeftijd 17 jaar is, dat is de leeftijd dat je geen kind meer bent, maar eigenlijk ook niet volwassen, en als iets heel onafhankelijks in de wereld staat), een kern van waarheid moet bevatten.
Rond vier uur kwam Wilma het café binnenlopen.
Ze werd natuurlijk hartelijk begroet en nam direct deel aan de gesprekken.
Als welkomsgeschenk kreeg ik een bundel van Cees Buddingh' "De wind houdt het droog" met een aantal fraaie gedichten:

Nogmaals de Mens

de mens is een vreemd wezen
hoe naakter men hem ziet
hoe meer hij in zijn hemd staat


Voor de deelnemers had ik een CD met een obscure verzameling nederlands talige liedjes meegenomen, de 'rafelranden en onderbuikgevoelens uit de nederpop'.
In mijn ogen een verzameling die de meeste liedjes van tegenwoordig overbodig maakt.
Ik was blij dat Stef ook gekomen was.
We konden veel details vertellen over zijn manier van entertainen in de klas, de twee jaar dat hij bij ons op school zat.
Hij was bijzonder verbaasd dat er zoveel was blijven hangen.
Zijn kleine voorstelling met de sinaasappel in het colbertje van de meester, zijn schijngevecht met niemand, alleen hemzelf voor de open klasdeur (hij kreeg forse klappen), de manier van reizen in de trein, met een meegebrachte asbak met leren banden en zijn acts bij het pompstation, waar regelmatig de motorkap van een auto opengetrokken werd, om met volslagen ontzetting een blik op de motor te werpen (er was niets aan de hand natuurlijk).
Ook Henze had verhalen, ik wist bijvoorbeeld niet dat hij, op een schoolfeest aan de Smijerslaan, bij het beslechten van een ruzie met een schilder, een forse wond aan zijn lichaam opliep, zonder dat hij het in de gaten had.
Geschampt met een gebroken bierfles.
Later werd de zaak in der minne geschikt.
Het werd gezelliger en zelfs een borrelplank kon de opgekomen honger niet stillen.
We besloten op zoek te gaan naar een eetgelegenheid, en na een korte wandeling over de grachten belandden we bij het Rakang Thai restaurant aan de Elandsgracht, waar we buiten verder konden kletsen en eten.
Tegen 21:30 vertrok iedereen weer.
Voor mij is het een waardevolle bijeenkomst geweest, toch eens verzinnen wat er verder gedaan kan worden
Gerard



























Impressie van Dirk:
Toen ik café Luxembourg inliep was ik erg nieuwsgierig wie ik zou aantreffen.
Maar er was nog niemand van het gezelschap gearriveerd.
Ik liep het café uit terug naar het terras.
Niemand, terwijl het drie uur was geweest.
Op dat moment zag ik in mijn ooghoeken een slank figuur door de zijingang naar binnen schieten.
Onmiddellijk herkende in Stef.
Ik omarmde hem (of eigenlijk hij mij), we gingen zitten en vroegen om bier.
Bijna direct ging het gesprek over de ziel van de mens die door de jaren heen niet of weinig verandert.
En we verbaasden ons over de tijdsprong die we aan dat cafétafeltje aan het Amsterdamse Spui ervoeren.
Het zette voor mij de toon van die middag en avond.
Even later kwamen Henze en Gerard en nog wat later Wilma (wat een verassing).
En het was geweldig, we voelden snel een sterke verbondenheid die stamde uit een ver verleden.
Naast het feest van herkenning en de oude (zeer grappige) verhalen, groeide sympathie voor elkaar en toen we later die dag ergens in de Jordaan zaten te eten, wilde iedereen dat deze ontmoeting een vervolg krijgt.

Wilma:
Vrijdag 3 juli, rond vier uur in café Luxembourg, heel voorzichtig door mijn wimpers kijkend (oh, God laat het nog leuk zijn... Nimeto-Middelbaar).
.....En daar zaten ze, Stef, Dick, Gerard en Henze J.
Het weerzien was hartelijk en een feest van herkenning.
De heren zaten al aan een biertje en de ene na de andere herinnering ging over tafel.
En ook wat het leven zoal gebracht en genomen heeft in de afgelopen, (bijna 40! jaar).
Natuurlijk ook veel vergeten of verdrongen, maar al pratend met elkaar kwam er veel boven.
Wat mij meteen weer een oud vertrouwd gevoel gaf, was het plezier zomaar, voor niets en om niets.
We zaten ergens met de wereld om ons heen als decor, en alle mensen om ons heen speelden met ons mee.
Noodweer op diverse plaatsen in het land, maar boven ons scheen de zon.
Dick was nog steeds, net als toen, de oudste, de aardigste, de sympathiekste ... etc. en Henze J, ‘business as usual’ steeds maar weer die artiesten, die hem opbellen... brood op de plank, hè?
En Stef, nou ja, er was geen deur waar zijn hand tussen kon klemmen, maar het zou zomaar kunnen.
En Gerard, uiterlijk zou ik hem zo niet meteen herkennen, maar zodra hij sprak, die stem... kon alleen maar Gerard zijn. Zijn haar van nu is de kleur van Bert toen, trouwens.
Lekkere drankjes, Thais eten, mooie verhalen, soms ook bekentenissen, stemmen, doorleefde gezichten, uitdrukkingen en... noem het maar de ‘zielen’ die niet echt ouder worden en van binnen ook helemaal hetzelfde blijven, gelukkig maar.
Het besef uit die tijd, dat ik het leven het liefste leefde als een scharrelkip, beetje van alles wat, van hier naar daar en met een plezierige eenvoud van het moment van de dag.
Lukte natuurlijk niet altijd... maar je weet dat het kan... dit heb ik sinds die schooltijd altijd onder handbereik proberen te houden.

Ergens op straat stonden we even stil, afscheid, wie loopt er mee naar het station, waar staat de auto etc... we keken om en stonden voor een bord: DE HEER IS MIJN HERDER.
God heeft humor.




























Thuisgekomen heb ik meteen weer mijn oude Nimeto-doos omgekeerd.
Een heleboel tekeningetjes, briefjes, kaartjes en aantekeningen bekeken. Allemaal stukjes van onze wereld van vreemde verzinsels, idealen, gekke situaties en uitspraken.
Mooie tijd, gekke types, blij dat ik daarbij was.
En gelukkig vanmiddag ook, laat dit niet ophouden, dit was veel te leuk.

Hoe voelt die bijna 40 jaar …
Op initiatief van Gerard Davelaar op 3 juli 2009 richting Spui in Amsterdam gereden.
Met hem, Stef en Dick bijeenkomen in kroeg.
Een gevoel van opwinding vooraf.
Hoe zou dat gaan?
Stef zie en spreek in nog dikwijls.
In verband met ons beider werk.
Ik ben zijn agent.
Waar we in de 2e van de Etaleursschool samen de klas vertegenwoordigden en een goed geolied duo vormden is het nu behalve zakelijk ook een mooie vriendschap.
Maar Gerard en Dick.
Dat was lang geleden.
Toen ik het café in kwam waren de anderen er al.
Al snel bleek de bijeenkomst een voor mij openbarende en heel waardevolle te worden.
Heel vertrouwd om enerzijds te bespreken wat ons vandaag de dag bezig houdt, maar vooral ook de vele anekdotes die over de tafel gingen.
























Grappig om te merken dat we alle 4 al bij aanvang opleiding wisten dat we nooit etaleur zouden gaan worden. Maar wat er wel voor ons in het verschiet lag was onduidelijk.
Wat we deelden was het feit dat de school op de een of andere manier van grote betekenis voor de rest van ons leven is geweest.
Mooie herinneringen aan de diversiteit aan docenten en medeleerlingen.
Eindelijk kon ik mijn verhaal kwijt over de wonderbaarlijke overgang naar het 3e jaar… (zie elders op deze site).
De rol die Stef daarin onbewust heeft gespeeld destijds.
Uiteraard heb ik het er met hem al veel vaker over gehad.
Ik merkte aan Gerard een mooie drive om zijn eigen verleden in kaart te krijgen. Ja anders stop je ook niet zoveel energie in dit alles.
En hij doet ook zoiets voor zijn Middelbare schooltijd.
Blij verrast was ik door de plotselinge verschijning van Wilma aan onze tafel.
Ik was even naar het toilet en toen ik terug kwam…. Daar zat ze.
Stralend en nog zo dezelfde van destijds.
Wat heb ik gelachen om al haar herinneringen die ze ophaalde over Stef zijn kolderieke uitspattingen op school.
En Stef viel van de ene verbazing in de andere.
Op de een of andere manier had hij een groot deel van zijn 2 jaar op onze school ‘gedelete’.
Hij ging er ook niet voor niets af na die 2 jaar.
En Dick vond ik tijdens onze ontmoeting een excentrieke oudere heer ‘met bolhoed’.
Bescheiden in zijn performance, maar zichtbaar genietend.
Heerlijk. Het etentje in de Jordaan: Thais.
Wie bedenkt dat er iemand bij zat die nooit Thais had gegeten???
Toch was het zo. En de verhalen gingen door en we vonden het alle vijf jammer dat Peter Walhout niet kon deze dag.
Dus met als gevolg dat het heeeel veel over hem ging.
Logisch, want Peter was in onze klas een fenomeen. I
k hoop dat ie de volgende keer wel aanwezig is.
Wie weet. En wellicht nog wat anderen van destijds.
Ruud Spall bijvoorbeeld.
Dat was toch een bijzonder joch in die tijd.
Hij gaat het geluid van de film hoop ik ophoesten. Dan kan ie compleet worden.
Het afscheid met vele knuffels was verwarmend. V
ier mannen van middelbare leeftijd en een dame van onbestemde leeftijd waar we alle 4 zo maar weer verliefd op werden… Zou hebben gekund.
Met een blij en voldaan gevoel rond een uur of 10 terug naar Woerden.
Wat is de tijd snel gegaan.
Niet alleen deze middag/avond.
De beelden van 40 jaar geleden waren weer fris in het geheugen terug.
Veertig jaar…. Dat kan zomaar een half mensenleven zijn.

Groet aan ieder die dit leest.
Henze

Ontmoeting na 40 jaar met 4 klasgenoten van de Etaleursschool in Utrecht.
1969 .. 1970.

Herinneren, 3 maanden geleden, een ontmoeting met 4 oud-klasgenoten in Amsterdam, ja, dat herinner ik me als een enerverend weerzien. Maar gaandeweg mijn ontmoeting met Dick, Wilma, Gerard en Henze bleek dat veel van 40 jaar geleden uit mijn herinnering was verdwenen.
Maar omdat we in een klein gezelschap waren konden we de diepte in gaan en werd het initiatief van Gerard om elkaar weer te zien een fantastische reis terug.
De verhalen van vroeger, sentimentaliteit lag om de hoek, en de korte levensverhalen van ieder, maakte de verbondenheid en vriendschap van toen weer voelbaar.
Stemmen, gebaren, typische eigenaardigheden veranderen niet of nauwelijks.
De luisterende houding van Dick, Henze's exploderende lach, Wilma's wijdse gebaren en grote ogen als ze vertelt, Gerard's grijns onder zijn snor. Wat heb ik genoten van Wilma's messcherpe herinneringen en vertelkunst met veel humor.
Dick, nog steeds grandioos in observaties en plots een grappige of zinnige opmerking.
Gerard's prettige recalcitrantie van toen was nu in verdiepte vorm de motor van onze ontmoeting.

Alleen Henze heb ik door de jaren heen af en toe ontmoet en de laatste 10 jaar zeer regelmatig.
Humor bond ons toen en nog steeds plus onze passie voor theater.
Gerard, dank voor je initiatief, het was een fantastische dag en ik hoop op een nieuwe ontmoeting in kleine bezetting maar dan ook met Elly. Elly, Elly! waar ben je? Kom je buiten spelen?

Stef, september 2009

KLEURENLEER






























Hoe Henze voorwaardelijk bevorderd werd naar het derde jaar. 
In het tweede jaar werd Henze erg in beslag genomen door zijn activiteiten voor het jongerencentrum in Woerden. 
Daardoor had hij natuurlijk minder tijd om zijn opdrachten voor school te doen. 
Tegen het einde van het leerjaar kreeg hij een onbehagelijk gevoel dat het wel eens mis zou kunnen gaan, dat hij zou blijven zitten, en dat zou vooral thuis veel problemen geven. 
Hij zocht uit wanneer de lerarenvergadering hierover zou plaatsvinden. 
Toen dat gebeurd was ging hij op zoek naar de tas van Stam, waar de genomen besluiten in moesten zitten. 
Toen hij de tas gelokaliseerd had nam hij de papieren snel door. 
Inderdaad, hij was de klos: blijven zitten! 
Henze had vooral de kleurenleer opdrachten van de heer Sieders slecht gemaakt, zijn werkstukken werden slechts beloond met een vier. 
Hij wist dat Stef ze wel goed gemaakt had, die had een acht gekregen. 
Als de wiedeweerga op de trein gesprongen en naar Soest gereisd, waar Stef nog steeds thuis woonde.

Na aanbellen bleek dat allen Stef's moeder thuis was. 
Zenuwachtig legde Henze uit dat hij echt dringend een opdracht moest opzoeken, en hij kreeg toestemming om in de kamer van Stef te gaan kijken. 
En zeker, hij vond de opdrachten. 
Thuis in Woerden werden de werkstukken uitgesneden  en opnieuw op karton geplakt. 
Daarna werden de opdrachten, met Henze's naam eronder in een lokaal aan de Kievitstraat onder in de kast gelegd. 

Het was nu wachten op de rapport uitreiking. 
Bij de uitreiking bleek, zoals verwacht, dat Henze was blijven zitten, vooral vanwege de onvoldoende voor de kleurenleer opdracht.
Henze ging direkt naar Stam om verhaal te halen, hij kon helemaal geen onvoldoende voor de opdrachten gekregen hebben, want hij had het goed gedaan, hij stond erop dat het uitgezocht werd. 
Stam was er niet erg van onder de indruk, maar toen er bij Sieders op zijn gemoed gewerkt werd, kreeg deze het benauwd: hij zou toch geen fout gemaakt hebben? 
Hij was hier altijd erg strikt in. 
Volgens Henze had hij Sieders met zijn opdracht in de hand zien staan en waar waren die nu gebleven? 
Laten we eens in de kast kijken, en ja hoor, daar kwamen de panelen weer te voorschijn. 
Nee, dat was niet echt een onvoldoende. 
Er werd een extra leraren vergadering belegd, waar uitkwam dat Henze voorwaardelijk bevorderd werd naar het derde leerjaar. 

De eerste stage van Henze was bij een winkel aan de Coolsingel in Rotterdam. Toen hij aankwam was de directeur afwezig, alleen de direkte chef wijdde Henze in. 
Let wel: lange haren, baard en vaal spijkerjack. 
Er moesten vooral veel etalagefiguren bijgeschilderd worden, en na vier dagen werd Henze bij de direkteur geroepen. 
Er was een ruim bemeten trappenhuis, waar de direkteur bovenaan stond te wachten. 
Toen hij Henze de trap op zag komen riep hij: "Wat doet DIT in mijn zaak?". 
Waarna Henze omhoog keek en terugriep: "Helemaal niets", zich omdraaide en de zaak verliet. 
Na overleg met Stam, mocht hij samen met Peter Walhout het proberen bij V&D aan de Lange Viestraat in Utrecht, waar ze verder een prima tijd hadden. 

De tweede stage was bij de NOB in Hilversum, waar Henze voor het eerst in aanraking kwam met het artiestenleven, waar hij nu nog steeds werkzaam voor is. 

(Het bovenstaand figuur is de kleurencirkel van Johannes Itten. 
Deze Zwitserse kunstenaar werd bekend met zijn theorie over kleur. 
De driehoek in het midden geeft de drie primaire kleuren weer. 
De driehoek die tegen elke zijde zit aangeplakt is de secundaire kleur die uit de twee aangrenzende kleuren ontstaat. 
De cirkel eromheen geeft 12 kleuren weer: de drie primaire kleuren en de mengvormen die er tussen bestaan).

DE TIJD VAN "HET GEDICHT"

WILMA:

Soms belde Stef bij mij thuis aan, bestelde bij mijn moeder een kopje óverhééerlijke koffie, en gaf vervolgens een voordracht van een gedicht, pakte de gitaar en speelde even ‘de blues’ en daarna ging hij weer op de fiets naar huis. ....
Dág mevrouw Smit, moeder van Wilmettes... mijn moeder (87) weet dit nog.
In tegenstelling tot mijn vader vond zij ons helemaal niet ... pas op, kijk uit.., ze lacht er nog steeds om.

Ik vond dit ‘juweeltje’ over de rommelmarkt, die bezochten wij vaak, meestal onder schooltijd.
























































Met Stef, (Steven) deelde ik naast de school, onze woonplaats, tevens de bank in de boemeltrein Soest-Utrecht.
En er was nog een overeenkomst: onze ouders.
Wat waren dié streng en helemaal uit de tijd!
Nou, de moeders, die vielen wel mee: koken, wassen, schoenen poetsen.., dat deden ze goed, maar onze beide vaders.., die waren zuur.
’Jongens en meisjes niet onder één dak, want anders...’.
Mijn vader had ook een mooie....’pas op met die feestjes.., jullie feesten véél te vaak..., dat worden straks orgieën.., seksorgieën’
Pas op, kijk uit.., zure opvattingen vonden we dat.
Al wandelend en pratend in de prachtige Soester Duinen hebben Stef en ik besloten dat we onze ouders maar net zo moesten gaan behandelen als in hun uitzichtloze meningen.
Stef besloot mijn vader voortaan per brief om gunsten te vragen.
Zo vroeg hij eens per brief of ik met hem uit mocht gaan en hoe laat hij mij dan weer thuis moest brengen.
Mijn vaders' reactie: ’doe maar een uur of half elf...’.
Stef hévig verontwaardigd: “meneerrrrrr Smit, dat is veeeeeel te vroeg en niet meer van deze tijd... op deze manier blíjft uw dochter haar hele leven een muurbloempje... en dat is dan úw schuld!

In de doos... jawel ik heb nog een briefje gevonden...
21 december, 10.45 uur, afzender Stef v.d. Eynden jr.
























Dinsdag 18 augustus 1970

“ Hééééé, jouw schoenen zijn gepoetst!!!!”
“Ja, dat heeft mijn moeder gedaan”
“........poetst jouw moeder jouw schoenen?”
“......mijn moeder is mijn slaaf!”
“...schop je haar weleens?”

Vakantie voorbij ..., 
Ik ben weer op school.











zondag 5 juli 2009

Hoe onze voornaam ‘VOORNAAM’ werd.

Een verschijnsel wat plaatsvond in de klas was het up- en downgraden van onze namen.
”Hoe heten jullie en waar wonen jullie...”, dat soort kleffe kennismakingspogingen in de kroeg.
Wilma herinnert zich zo’n type die maar niet ophield en uiteindelijk beet Elly hem nors toe ”dat ‘ie op moest rotten”.
Maar de heer liet zich zo niet wegsturen en bleef maar aandringen, ”zeg nou hoe je heet, bla, bla”.
En plotseling maakte Elly zich heel breed (voor zover dat kon), haalde diep adem en zei op ferme toon... ”ik heet Ellis”... en dat is... eh... ”Wilmettes” ... en nou oprotten.
Dat vonden we eigenlijk best goed gekozen, die namen, want wat hadden we toch allemaal gewone, simpele namen.
Daar konden we niets mee, ook niet beroemd worden.
Zo werd Stef ”Steven”, Hennie werd, nadat we zijn papieren ‘gecheckt’ hadden ”Henze J”, dat stond notabene in zijn eigen paspoort, dat ie dat nooit eerder gezien had, wie liet zich toch ”Hennie” noemen?
Tot op de dag van vandaag is hij dus ”Henze".
Ruud, daar konden we niet meer mee dan ”der Rudi”.
Peter moest makkelijker, ”Piet”, dat hoorde ook een beetje bij het soort gasten die hij af en toe te logeren had in die tijd.
Er zullen ongetwijfeld nog meer namen veranderd zijn.
Soms zetten we er ”ens” achter, dat klonk ook.

woensdag 24 juni 2009

FORENZEN




















Toen ik in 1969 naar de NIMETO ging, bleef ik in Veenendaal wonen.
Dat betekende vroeg opstaan, om de zeven kilometer naar station Veenendaal-De Klomp af te leggen en daar op de trein naar Utrecht te stappen.
De school begon om 8:45 uur, zodat ik rond 8 uur op het station moest zijn.
Omdat de leerlingen uit het hele land afkomstig waren, werd er zo geroosterd dat er op maandag vroeg in de middag begonnen werd en vrijdags werden meestal de lessen aan het eind van de ochtend beëindigd.
Het trein traject abonnement kostte ongeveer 45 gulden, waarmee ik de hele maand kon reizen.



















Natuurlijk zat iedereen in de 'Roken" coupé, en de eerste Javaanse Jongen werd in rijstvloei gedraaid en opgestoken.
Al snel zag de coupé helemaal blauw.
Ook toen al waren de treinen tijdens de spits erg vol.
Meestal reisden we met een zgn 'Hondekop', die piepend, krakend en schuddend over de rails ploeterde.
Na ongeveer 25 minuten kwam je aan op station Utrecht Centraal.
Op de kleine stations werden nog geen kranten verkocht, ik kocht mijn dagelijkse exemplaar in Utrecht bij een venter, die op de brug over de Catharijnesingel stond.
Voor een kwartje ontving je het laatste nieuws.
In de tijd dat ik daar kwam werd de Stationsbuurt gesloopt, wat lang voor grote overlast zorgde. Langs Vredenburg en de Rozenstraat de Oudegracht op, om zo via de Asch van Wijkkade en de Weerdsingel Oostzijde, in ongeveer 12 minuten de school aan de Kievitstraat te bereiken.
Nog net tijd voor een kop koffie van Bouma, voordat de eerste les begon.






















We reisden allemaal veel met de trein, ik herinner mij ook de spontaan opkomende 'ingelaste excursies' naar Amsterdam, die zo nu en dan georganiseerd werden.
Een retourtje Utrecht - Amsterdam Centraal kostte ongeveer 4 gulden, de reis nam zo'n 35 minuten in beslag, en voordat je het wist liep je op het Damrak. F
avoriete plaatsen waren de Headshop, toen voorin de Damstraat en natuurlijk het Waterlooplein.
De broer van Peter Walhout woonde in de Warmoesstraat en daar zijn we ook wel eens geweest. Volgens mij hadden de ouders van Majorie een snackbar aan de Oudezijds Achterburgwal, waar we ook wel kwamen.
Een ontdekking in de Headshop tijdens een van die trips was de witte dubbel LP "Daddy Rolling Stone" van Bob Dylan, 2 platen in een dichtgeniet stuk karton, met een fraaie insert van Peter Pontiac, al wisten we toen niet wie dat was.
Eén van de eerste stripwinkels in Amsterdam, "Lambiek" in de Kerkstraat, zorgde voor het benodigde geld.
Ik verkocht daar de (originele) uitgeknipte Tom Poes stroken voor, in mijn ogen toen, belachelijke prijzen.
Ieder boekje met een compleet verhaal bracht tussen de twintig en vijfendertig gulden op.
De lessen op school eindigden tegen half vijf, samen met Marijke Bos (Maarn) en Paul van Huizen (Hilversum), moesten we ons dan haasten om weer op tijd op het station te zijn, waar we rond 5 uur opstapten, om tegen zessen weer thuis te zijn.

(Gerard)

Voor meer stationsfotos: Stationsweb

maandag 8 juni 2009

HET STAGEJAAR

Het derde jaar van onze opleiding werd gevuld met twee stages van ongeveer vijf maanden.
Het grootwinkelbedrijf trok mij niet zo, daarom begon mijn stage op 16 augustus 1971 bij een Reklambureau annex Standbouwbedrijf in Assendelft: SPI, Standbouwprodukties International, en Have en Van Hoorn, Reklame.

De combinatie was prima, want er waren niet altijd beurzen waar gebouwd moest worden, en dan konden er werkzaamheden voor het reclamebureau uitgevoerd worden.
Ik woonde in de Brandaris flat in Zaandam, en werd iedere morgen door een collega met een MG sportwagen opgehaald om gezamenlijk naar Assendelft te rijden.

Vrijwel alle reklameborden werden handmatig met trekpen uitgevoerd.
Met het uitvergroten van een logo was je wel een paar uur bezig, omdat het helemaal met potlood opgezet werd, en daarna ingevuld met plakkaatverf.
Natuurlijk moest het er strak uitzien.
Dat kostte in eerste instantie wat moeite, maar uiteindelijk heb ik daar nauwkeurig leren werken, met oog voor detail en compositie.

In de tijd dat ik er stage liep, van augustus 1971 tot januari 1972 bouwden we stands op alle grote tentoonstellingen in de Amsterdamse RAI en de Utrechtse Jaarbeurs, zoals de Europort, Horecava en de Landbouwbeurs.

Ook gingen we naar Duitsland, Düsseldorf bijvoorbeeld, om stands te bouwen op, onder andere, de Interkama, meestal drie dagen achter elkaar met weinig slaap.

Dagen van achttien uur waren geen uitzondering, maar omdat we een hecht team hadden was dat geen probleem.

De timmerman, Jan van Gerven had meestal de leiding, de broers Groot deden niet voor hem onder en ik liep daar dus bij.

Al snel werd mijn specialiteit het beletteren van wandpanelen, met de plastic letters van de firma Bosman.

Het was een hele toer om mooi met de tekst uit te komen en een strakke vlakverdeling op te zetten, maar ik had daar plezier in, en mijn stagebegeleider Aris Goed wist het enthousiasme te stimuleren.

Dat ik er bedreven in werd bleek wel omdat ik op het laatste moment door andere standhouders gevraagd werd om nog even snel iets op de wand te zetten.

Het gebeurde wel dat de openingsceremonie al aan de gang was, terwijl ik letterlijk de puntjes op de i aan het zetten was.
Veel van de stands werden in een soort systeembouw uitgevoerd, met staanders en panelen, zodat veel in Assendelft voorgewerkt kon worden.
De stands stonden snel, soms huurden we wat schilders in om de panelen ter plekke te schilderen, of we deden dat zelf.

Decorum leverde het meubilair, en binnen een paar uur stond er een presentabele ruimte.
Een voordeel was ook dat er veel, weinig gebruikt materiaal voor weinig geld overgenomen kon worden.

Zo herinner ik mij dat we de hele flat van Bart en Birgitt Ariëns in de Bijlmer konden voorzien van groene, onverslijtbare Heugafelt tegels, en een extra kamerafscheiding door systeempanelen in elkaar te zetten.

De laatste weken mocht ik mee naar de derde poot van het bedrijf: Dridim, gevestigd in een boerderij in Dirkshorn, waar maquettes gebouwd werden. Dick Koch was de ontwerper.
Ook heel leuk om te doen.

Van deze tijd herinner mij vooral de kameraadschap en inzet van het team en natuurlijk de ruime betaling.
Voor mij een gouden tijd.

De tweede stage heb ik bij V&D aan de Aalmarkt in Leiden gedaan (vanaf tweede week januari 1972). De chef-etaleur was de heer G. Uythoven.
De eerste opdracht was het bouwen en inrichten van een budgetflat op een van de verdiepingen.
Met mijn standbouw ervaring was dat een fluitje van een cent.
In twee weken stond hij er.
Daarna veel etalagewerkzaamheden en schotten bespannen.
Het grotere werk, zoals een nieuwe opzet voor de meubelafdeling maken vond ik een stuk leuker en ging mij ook beter af.
Zo hebben we een shop-in-shop gemaakt op de kinderafdeling met een soort zelfgemaakte Meccano, zelf gezaagd en van gaten voorzien.
Voor de rest is mij er niet zoveel van bijgebleven.
Ik deed ook wat voor de Witte Kiosk, een alternatieve platenwinkel in Leiden, daardoor kwam voor het eerst in aanraking met platen groothandel Bertus, toen voornamelijk aktief in het alternatieve muziekcircuit.
Daar kocht ik de Trade Mark of Quality LP's in, die in de Wereldwinkel in Veenendaal verkocht werden.
Ook importeerde ik alternatieve EP's uit Engeland, die gretig aftrek vonden in Leiden.

Klasgenoten liepen stage bij de Bijenkorf, wat volgens school de beste plaats was waar je kon werken, maar ook een gerenommeerd reclamebureau als Moussault aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam nam stagiaires van de Nimeto aan.

Om een of andere reden werd ik op 12 juni geschorst, vanwege een meningsverschil met Uythoven. Uiteindelijk werd de schorsing weer opgeheven op 30 juni, ging ik toch over, en kon zo het vierde jaar in.

Als een van de weinigen heb ik een gedeeltelijke derde stage doorlopen.
Na het behalen van het diploma kon ik, via de Nimeto, een buitenlandse stage doen.
Meneer Stam was mijn contact en ik kwam terecht in een plaats in het graafschap Somerset in Engeland.
In het grootwinkelbedrijf Debenhams (een soort V&D) voorheen W & A Chapman, aan de North Street in Taunton werd ik decorateur.
Ik woonde in de boerderij van Ann en Michael Page, in een buurtschap van een paar huizen aan een zandpad: Fordgate, een paar mijl van de plaats Bridgwater, dat ligt ten zuiden van Bristol.
In de buurt werd op grote schaal Rough Cider, de zogenaamde "Scrumpy" gebrouwen, een troebele appeldrank met 8 procent alcohol, en zo zuur als maar kan, als je volhoud ga je het wel lekker vinden.
In de herfst werd er een half schaap gebracht door een lokale slager, in de keuken werd het vlees verder verwerkt en in handzame porties in de vriezer gelegd, om zo de winter door te komen.
Ook was er een kas, waar 's zondags in gewerkt werd.
Iedere dag 20 mijl forenzen naar Taunton, over de A38, meestal met de bus, opstappen in North Petherton, wat eerst een paar mijl lopen was, soms kon ik meerijden in de volkswagen bus van Michael, die ook in Taunton werkte.
Somerset
Tussen de middag eten in een Pub, of het bedrijfsrestaurant, waar ik mijn collega's schokte met het eten van patat met slasaus, omdat ze geen mayonnaise kenden.

Op vrijdagmiddag kregen we ons weekloon in een envelop.

Meestal kreeg ik tussen de 15 en 20 pond, tussen de 120 en 160 gulden toen.
Ik werkte zes dagen in de week, en al vroeg in het najaar bouwden we een zgn "Grotto" in de winkel, een sprookjeskamer waar de Kerstman zat en cadeautjes uitdeelde.
Ook weer veel beletteringen en etalages gemaakt, samen met Trevor en Paul, de twee jonge etaleurs.

Het hoofd van de afdeling was Mr. Crips, samen met Colin "The Signwriter" fanatieke Jehovah's getuigen, wat de hele afdeling toch wel een speciale sfeer gaf.
's Morgens werden de taken verdeeld, en wat mij altijd bijgebleven is is de kreet "chop, chop", om aan te geven dat we vlug aan het werk konden.
Prijskaarten maakte ik met een soort koperdiepdruk pers met goudfolie.
Colin was een begaafd ambachtsman, die met penseel en plakkaatverf fraaie prijskaarten schilderde. Ook stond er een kleine Gestetner drukpers, die eigenlijk niet gebruikt werd, daar drukte ik bonnen en folders op, die ik zelf met wrijfletters in elkaar zette.
In de grote prijskrant met de kerstaanbiedingen stond een grote fout, met de hele afdeling hebben we dat met viltstift zitten corrigeren.
Gewoon strepen en schrijven, zo ging dat toen.
We hadden overal tijd voor lijkt het wel.
In november begon de oliecrisis, in Engeland waren er geen autovrije zondagen, maar stelden ze zgn 'Powercuts' in.
Dat betekende dat de ene dag de ene helft van de straat geen elektriciteit had, en de volgende dag de andere kant.
De winkel werd verlicht met olielampen als er zo'n powercut was, en wij werden ingezet bij de beveiliging van de winkel.
Met een zaklamp door de winkel patrouilleren, een hele belevenis.
De etalages waren toch donker.
Door de wintertijd werd het 's middags om een uur of drie al donker, op den duur heerste er een echte crisissfeer in de stad en omdat er geen zicht was dat het allemaal snel over zou zijn ben ik eind december teruggegaan naar Nederland.

Mochten jullie verhalen hebben over je stagetijd, wil je deze dan sturen?

donderdag 21 mei 2009

DE BIAFRA-AKTIE

Het staat mij niet meer helemaal helder voor de geest, maar ik herinner mij nog dat we op een bepaald moment een actie hebben gehouden voor Biafra. Daar heerste een enorme hongersnood en op school ontstond het idee daar wat voor te doen. Op televisie werd daar uitgebreid bij stilgestaan. Volgens mij hebben we een geldinzameling gehouden.
Ter ondersteuning is er toen een poster ontwikkeld. Daarop stond een tekening van een tang, met in de bek van de tang een Biafraantje met, ik geloof een etensbak in de hand. De bek van de tang werd opengehouden door een muntstuk.
Wie de tekening heeft gemaakt weet ik niet meer.
Dirk Helsloot heeft tijdens onze ontmoeting gezegd dat hij het niet geweest is. Wie weet het wel? Was het een van de leraren, Frits Frietman bijvoorbeeld?.
Peter Walhout

In de schoolkrant van januari 1970 vond ik een stuk van Jan Naezer over de aktie:

... Vele akties kwamen ook op onze school en in eerste instantie met het doel mensen te redden. Heel gewoon: mensen helpen. Dit alles d.m.v. het inzamelen van geld, maar tevens kwamen er andere plannen, namelijk het inrichten van etalages en het vervaardigen van affiches.
Hiervoor wil ik langs deze weg nog de heren Verkerk, Stam, Ficker en Frietman bedanken.
Laten we ons beperken tot het eerste punt, namelijk het helpen van mensen, die slachtoffer waren en nog steeds zijn!
Dit kost geld, en al zijn wij dan nog zo progressief en anti-materialistisch en al dit soort dingen meer, kom niet aan onze portemonnaie, want het gevolg daarvan is dat we dan iets van ons eigen genoegen voor korte tijd moeten laten staan.
En dat is moeilijk, verrekte moeilijk.
Misschien dat hier een taak ligt voor de leraren om de leerlingen een beetje sociaal gevoel bij te brengen, alhoewel ik het idee heb dat ook van deze zijde de medewerking armoedig is geweest.
Mijn excuus voor hen die wel hebben meegewerkt, en hebben laten zien dat we niet allemaal rot zijn en in onze eigen wereld leven.
Nee, onze school was in staat het miserabele bedrag van fl. 128,34 bijeen te brengen, wat neerkomt op een bedrag van fl. 0,32 per man!
Dat er na het bekend maken van het bedrag nog mensen zijn die hard gaan lachen begrijp ik niet. Maar goed, ze zullen wel niet beter weten.
Ik vind het gewoon een afgang voor de school want op het centrale punt staan wij geboekt als "Nationale Schildersschool".
Maar laten wij ons maar beperken tot onze eigen problemen, laten we ons erover opwinden dat ik "Nationale Etaleursschool" onder een stenciltje heb gezet, dat is inderdaad veel belangrijker.
Daar kunnen wij een hoop mensen mee redden.
Ook hier op school is weer gebleken: Biafra ligt ver weg, heel ver weg, daar hebben wij niks mee te maken.
Niks?

(De Biafra oorlog vond plaats in de periode 1967 tot en met 1971. De strijd ging tussen het centrale gezag in Nigeria en de opstandige provincie Biafra. In feite was het een etnisch conflict tussen de Igbo en de Haussa, twee bevolkingsgroepen. De burgerbevolking in Biafra werd uitgehongerd. Dit leverde voor het eerst televisiebeelden op van een hongerende Afrikaanse bevolking. In totaal vielen er tijdens de oorlog meer dan één miljoen burgerslachtoffers. Artsen zonder Grenzen werd tijdens dit conflict opgericht).